Richtlijnen voor het aanbieden van een akkoord aan de schuldeisers in de Wettelijke Schuldsaneringsregeling voor Natuurlijke Personen

Het akkoord

  1. De bewindvoerder onderzoekt zo spoedig mogelijk, ambtshalve en in overleg met schuldenaar de mogelijkheden van het aanbieden van een akkoord. De bewindvoerder is de schuldenaar binnen redelijke grenzen behulpzaam bij het aanbieden daarvan. De bewindvoerder is in ieder geval verplicht alle benodigde informatie voor het aanbieden van het akkoord aan de schuldenaar te verstrekken, wanneer de schuldenaar het akkoord zelf aanbiedt.
  2. Het akkoord kan door de schuldenaar in elk stadium van de schuldsaneringsregeling worden aangeboden, dus ook na de verificatievergadering en ook als een eerder akkoord is verworpen of de homologatie daarvan is geweigerd. Bij voorkeur vindt de behandeling van een akkoord plaats in combinatie met de verificatievergadering. Het verzoek daartoe is afkomstig van de bewindvoerder of van de schuldenaar.
  3. Indien de bewindvoerder het akkoord namens de schuldenaar aanbiedt, zal deze de crediteuren behoorlijk informeren over de inhoud daarvan. Daarbij zal de bewindvoerder gemotiveerd aangeven of de crediteuren door het akkoord naar verwachting een hogere dan wel een zelfde uitkering zullen ontvangen dan - bij voortzetting van de schuldsaneringsregeling - aan het einde van de schuldsaneringsregeling. Als bijlage ontvangen de crediteuren een volmacht om over het akkoord te stemmen in de vorm als hij deze richtlijnen is gevoegd.
  4. Gelijktijdig met de indiening van de lijsten van voorlopig erkende en betwiste vorderingen wordt het ontwerp van akkoord aan de rechter-commissaris verstrekt met verzoek dit ter griffie neer te leggen. De bewindvoerder dient daarbij zijn eindverslag in. Het ontwerpakkoord dient ingevolge artikel 329 lid 5 jo 289 lid 4 Fw. ten minste 15 dagen véér de verificatievergadering ter griffie te worden gedeponeerd.
  5. Uiterlijk de dag voor de zitting verstrekt de schuldenaar of de bewindvoerder aan de rechter-commissaris een lijst met voorlopig erkende en betwiste vorderingen (richtlijn 21 b), waarop aangegeven staat welke crediteuren machtiging verleend hebben om voor of tegen het akkoord te stemmen Bij die lijst zijn de originele machtigingen gevoegd, althans afschriften daarvan.
    Verder dienen de volmachten (in de rechterbovenhoek) te worden genummerd conform de nummering van de crediteurenlijst.
  6. De bewindvoerder en de schuldenaar dienen aanwezig te zijn bij de behandeling van het akkoord (en de verificatievergadering). Tijdens de behandeling van het akkoord toont de schuldenaar of de bewindvoerder aan dat het akkoord kan worden aangenomen. Daarbij kan de eerder overgelegde lijst aangevuld worden. Voor zover de originele machtigingen niet zijn overgelegd, gebeurt dit alsnog.
  7. Indiende bewindvoerder de rechtbank positief zal adviseren alsmede de rechter-commissaris de rechtbank zal voordragen het akkoord te homologeren en het salaris van de bewindvoerder vast te stellen overeenkomstig het bij het eindverslag ingediende verzoek, kan bij aanzegging van dag en tijdstip van homologatie aan de schuldenaar en bewindvoerder worden meegedeeld dat zij niet verplicht zijn om op die zitting te verschijnen, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten. Deze mededeling wordt in het proces-verbaal opgenomen. Voor de homologatiezitting dient de bewindvoerder de rechtbank schriftelijk te berichten dat hij de voor het akkoord benodigde gelden onder zich heeft.

Bovenstaande tekst is ontleend aan de richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen opgesteld door RECOFA en geldend vanaf 1-1-2008.