Beoordeling van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling

Beoordeling van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling

  1. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt - onder meer - slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de verzoeker ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de vijfjaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift werd ingediend, te goeder trouw is geweest. Van een dergelijke situatie zal in beginsel geen sprake zijn indien in genoemde periode:
    - schulden zijn aangegaan terwijl er gelet op het inkomen en/of vermogen van de verzoeker(s) redelijkerwijs geen uitzicht bestond op aflossing daarvan;
    - recent nieuwe schulden zijn aangegaan van substantiële omvang/aard;
    - sprake is van schulden voortvloeiend uit een verslaving aan bijvoorbeeld gokken, alcohol en drugs;
    - wegens fraude ten onrechte genoten uitkeringen zijn teruggevorderd;
    - schulden uit misdrijf of overtreding zijn ontstaan;
    - sprake is van (substantiële) geldboetes ter zake van Wet Mulder feiten;
    - verzoeker een eigen onderneming (eenmanszaak) heeft gevoerd en (nagenoeg) geen boekhouding is bijgehouden en beschikbaar is;
    - er vorderingen van de Belastingdienst en/of bedrijfsvereniging zijn die betrekking hebben op een opgelegde boete, het niet nakomen van aangifteverplichtingen of verplichtingen tot afdracht van (omzet)belasting.
  2. Het verzoek wordt - op grond van artikel 288 lid 1 sub c Fw. - in beginsel afgewezen indien verzoeker geen verblijfsvergunning of geen bron van inkomsten heeft.
  3. Uitgangspunt bij de toelating van schuldenaren met verslavingsproblemen is dat de verslaving al enige tijd “onder controle” dient te zijn. Dat wil zeggen dat verzoeker al enige tijd geen drugs/alcohol meer gebruikt en/of al enige tijd niet meer gokt. Uitgangspunt is een periode van één jaar. De duur van deze periode is onder meer afhankelijk van de ernst en de duur van de verslaving. Dat de verslaving onder controle is, dient te worden bevestigd door een hulpverlener/hulpverlenende instantie.
  4. Uitgangspunt bij de toelating van verzoekers met psycho-sociale problemen is dat deze problemen al enige tijd beheersbaar zijn, in die zin dat de verzoeker zich in maatschappelijk opzicht staande weet te houden en er voldoende hulp/vangnet aanwezig is. Een en ander dient te worden bevestigd door een hulpverlener/hulpverlenende instantie.
  5. Verzoekers die zelf de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheersen om de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling te kunnen naleven worden slechts toegelaten als zij zich hebben voorzien van hulp bij vertaling van correspondentie.
  6. Indiende wettelijke schuldsaneringsregeling eerder voorlopig op verzoeker van toepassing is verklaard en de definitieve toepassing niet is uitgesproken, heeft die toepassing niet te gelden als bedoeld in artikel 288 lid 2 sub d Fw.

Postblokkade

  1. Bij de postblokkade wordt de post minstens éénmaal per week aan de schuldenaar doorgezonden. Spoedeisende post wordt direct doorgezonden of ter hand gesteld. Bij zeer spoedeisende zaken wordt telefonisch contact gezocht met de schuldenaar om hem/haar op de hoogte te stellen van de binnenkomst van het betreffende poststuk en de inhoud daarvan.
  2. Indiende bewindvoerder termen aanwezig acht om de blokkadetermijn van dertien maanden te wijzigen of om een nieuwe last voor een bepaalde termijn te vragen, wendt hij zich met een daartoe strekkend separaat verzoek tot de rechter-commissaris.
  3. De schuldenaar wordt door de bewindvoerder over de verlenging van de termijn dan wel het opleggen van de blokkade geïnformeerd, tenzij het belang van de boedel zich daartegen verzet.
  4. Na opheffing van de postblokkade stelt de bewindvoerder de schuldenaar daarvan op de hoogte en wijst hem erop dat hij verplicht is om de bewindvoerder van de relevante informatie te voorzien.


Arbeids- en sollicitatieverplichting (tot 65 jaar)

  1. Schuldenaren dienen zich tot het uiterste in te spannen om het werk dat zij hebben te behouden.
  2. Schuldenaren zonder betaald werk (ook met kinderen onder de vierjaar) hebben een sollicitatieplicht, tenzij de rechter-commissaris daarvoor een ontheffing heeft gegeven. De sollicitatieplicht houdt in dat zij naar full time werk (minimaal 36 uur per week) dienen te solliciteren.
  3. Bij de sollicitatieplicht geldende volgende uitgangspunten:
    Sollicitatieactiviteiten dienen minimaal te bestaan uit:
    - gemiddeld vier maal per maand een schriftelijke sollicitatie (exclusief open sollicitaties);
    - inschrijving bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en bij drie à vier uitzendbureaus;
    - schuldenaren mogen zich hierbij niet beperken tot het solliciteren naar vacatures op hun vakgebied;
    - schuldenaren dienen kopieën van de sollicitatiebrieven en van de inschrijving bij het CWI en uitzendbureaus aan de bewindvoerder te sturen;
    - deelname aan reïntegratietrajecten laat onverlet dat schuldenaren zich zelfstandig moeten inspannen om betaald werk te vinden;
    - het volgen van een opleiding integratiecursus of andere cursus mag niet in de weg staan aan het verrichten van solliciteren naar full time werk.
  4. Een ontheffing als onder 2 bedoeld wordt onder meer gegeven indien en voorzover de schuldenaar op medische gronden niet in staat is arbeid te verrichten.
  5. Als een schuldenaar stelt dat hij arbeidsongeschikt is, dient hij een medische verklaring of medische informatie over te leggen waaruit dit blijkt. Als hij niet over zo'n verklaring of dergelijke informatie beschikt en aannemelijk is dat sprake is van medische omstandigheden die de (mate van) arbeidsgeschiktheid beïnvloeden, dient hij zich door een door de bewindvoerder/rechter-commissaris aan te wijzen deskundige te laten keuren. Daarbij kan gedacht worden aan artsen van de (voormalige) GG&GD. De kosten komen ten laste van de boedel of, als de boedel ontoereikend is, ten laste van de staat op basis van artikel 320 lid 8 Fw.

Eigen onderneming van schuldenaar

  1. In beginsel wordt een eigen bedrijf of beroep niet voortgezet tijdens de schuldsaneringsregeling.
    Een eigen bedrijf of zelfstandig beroep kan met toestemming van de rechter-commissaris tijdelijk worden voortgezet om bijvoorbeeld lopende zaken af te handelen of een akkoord aan te bieden. Daarna dient de schuldenaar zijn activiteiten te stoppen en betaald werk in loondienst te zoeken.
  2. Het starten van een eigen bedrijf/zelfstandig beroep tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling is niet toegestaan, tenzij de rechter-commissaris hiertoe toestemming geeft.

Het eigen huis

Indien de schuldenaar eigenaar is van een woning en de waarde daarvan de hoogte van de hypothecaire lening(en) overtreft (‘overwaarde’), wordt de woning in beginsel verkocht en is de schuldenaar verplicht daaraan alle medewerking te verlenen.
Indien de woning geen overwaarde heeft en de woonlasten van de eigen woning minder bedragen dan de huur zou bedragen van een huurwoning waarvoor de schuldenaar in aanmerking kan komen, kan een verzoek worden gedaan als bedoeld in artikel 303 lid 3 Fw. In het vrij te laten bedrag wordt in dat geval slechts rekening gehouden met de rentelasten van de eigen woning; niet met levensverzekeringspremie of aflossing, in welke vorm ook, tenzij met toestemming van de rechter-commissaris, welke in beginsel slechts wordt gegeven als geen vermogensopbouw ten laste van de schuldeisers plaatsvindt.

Het Vrij te laten bedrag

  1. Het vrij te laten bedrag wordt berekend aan de hand van de meest recente versie van het Rapport van de werkgroep rekenmethode Vtlb van Recofa. Deze berekening wordt uitgevoerd middels de zogeheten vrij te laten bedrag-calculator. De actuele versie van het Rapport en de calculator (met de doorgaans per 1 januari en 1juli aangepaste bijstandsnormen) zijn beschikbaar via internet op www.wsnp.rvr.org.
  2. De berekening van het Vrij te laten bedrag wordt bij of zo spoedig mogelijk na het huisbezoek door de bewindvoerder gemaakt en aan de schuldenaar verstrekt.
  3. In geval van echtscheiding tijdens de schuldsaneringsregeling wordt met ingang van het feitelijk uit elkaar gaan van de partners voor beide partners afzonderlijk het Vrij te laten bedrag vastgesteld.
  4. Wijzigingen in het vrij te laten bedrag anders dan tengevolge van indexeringen, worden besproken in het verslag waarbij de berekening als bijlage is gevoegd.
  5. Bij wijzigingen van de normbedragen ten gevolge van indexering wordt door de bewindvoerder zo spoedig mogelijk een aangepaste berekening aan de schuldenaar toegezonden.
  6. Bij elk verslag wordt een uitdraai van de meest recente berekening bijgevoegd.
  7. De bewindvoerder dient vastlegging van het vrij te laten bedrag in een beschikking te verzoeken aan de rechter-commissaris. De rechter-commissaris kan aan zijn beschikking voorwaarden verbinden en terugwerkende kracht verlenen; indien de bewindvoerder daartoe termen aanwezig acht, geeft hij zulks aan. De bewindvoerder zendt een kopie van deze beschikking aan de schuldenaar tenzij de hoogte van het door de rechter-commissaris vastgestelde vrij te laten bedrag niet afwijkt van de berekening (als bedoeld onder 2) van de bewindvoerder en door de rechter-commissaris geen nadere voorwaarden werden gesteld.

Bovenstaande teksten zijn ontleend aan de richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen opgesteld door ReCoFa en geldend vanaf 1-1-2008. Let op dit is geen complete opsomming, maar een vermelding van enkele artikelen waar veel vragen over zijn in geval men overweegt een verzoek te doen voor de WSNP.